|
Zij verbindt de Alpen met de Noordzee. Daar in de Alpen ontstaat
ze uit de samenvloeiing van twee bergstromen: de Vorderrhein, die door het
gletsjerwater van het St. Gotthardmassief wordt gevoed, en de Hinterrhein die
dat van de Rheinwaldhorn ontvangt. Bij Reichenau stromen zij tezamen. Vervolgens
mondt de rivier bij Altenrhein in de Bodensee uit, die zij bij Stein weer
verlaat.
De kilometertelling die u op grote witte borden langs de rivier vindt
aangegeven, is gerekend vanaf Konstanz en bereikt bij de Maasbrug in Rotterdam
het ronde getal 1000. De totale lengte van de samenvloeiing bij Reichenau tot de
monding van de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland bedraagt 1324 kilometer.
Haar totale stroomgebied omvat maar liefst 224.000 km'. De Rijn is tevens de
drukst bevaren rivier van Europa. Op het ogenblik is hij al bevaarbaar vanaf
Rheinfelden, 25 kilometer boven Basel. Vooral het beroepsgoederenvervoer is zeer
intensief, zowel op de rivier als op de daarlangs lopende wegen en spoorwegen.
Na bij Schaffhausen de beroemde waterval te hebben gevormd, stroomt de rivier
als Hochrhein weer verder westwaarts naar Basel, waar ze naar het noorden
afbuigt en als Oberrhein de Bovenrijnse Laagvlakte doorstroomt.
Dan volgt her overbekende, romantische deel van het Rijndal tussen Mainz en
Keulen, het gedeelte dat in deze gids wordt beschreven: de Mittelrhein. Bij
Bingen staat een toren in de Rijn, de Mauseturm, die als signaaltoren voor de
scheepvaart dient. Dat heeft enige opheldering nodig en daartoe keren we even
terug naar de aardrijkskundelessen op school: 'De Rijn stroomt door de
Bovenrijnse Laagvlakte en breekt zich bij Bingen een weg door het
leisteenplateau'. Ter plaatse is waar te nemen hoe de rivier, de geschiktste
plaats uitzoekend, afbuigt en zich vernauwt. De stroomsnelheid van het water
wordt daardoor verhoogd, zodat de schepen er tegenop moeten zwoegen. Soms lijkt
het net of ze niet vooruit komen.
Voorbij Bonn vertraagt de Rijn zijn stroom in een steeds wijder wordend
landschap en vloeit hij als de Niederrhein door een rokend en roetend
industriegebied de Nederlandse grens tegemoet, die hij bij Lobith bereikt.
De reis vanuit Nederland zal in vele gevallen door de Nederrijnse Laagvlakte
gaan, waarbij van noord naar zuid het Ruhrgebied wordt doorkruist. Betrekkelijk
spoedig ligt dit industriegebied met zijn rook en gassen verspreidende
schoorstenen, hoogovens, schachtblokker en storthopen achter u. Maar ook rondom
Düsseldorf en Keulen liggen echter nog veel industrieplaatsen waardoor u de Rijn
nog nauwelijks te zien krijgt. Dit gebeurt pas voorbij Bonn, waar her
Zevengebergte in zicht komt, de eerste bergen langs de Rijn.
Het Zevengebergte is niet hoog, maar wel imposant doordat de bergen vrijwel
direct uit de laagvlakte oprijzen. In hun vorm herkent u duidelijk de
vulkanische oorsprong. De grillige lijnen van de Drachenfels vinden hun
verklaring in een vroegere steengroeve waar eeuwenlang basalt, een vulkanisch
product, is weggehaald. Van het Zevengebergte tot Koblenz levert de Rijn nog
niet die grandioze landschappen op waaraan de rivier haar faam te danken heeft.
Ten zuiden van Koblenz volgt een 60 kilometer lang traject dat een verrukking is
voor her oog. Industrie treft men in dit gedeelte slechts sporadisch aan. Bijna
alle dorpen en stadjes zijn schilderachtig, veelal omgeven door boomgaarden.
Her overgrote deel van de hellingen is bedekt met wijngaarden, het overige met
bos. Een enkele rots springt er uit, zoals de Loreley, waaraan de bekende sage
is verbonden. Op de rand van her plateau en soms ook op de berghellingen,
liggen de middeleeuwse burchten uitgestrooid, dikwijls tot ruïne vervallen. Ze
zijn steeds zo gelegen dat de roofridders, die ze hebben laten bouwen, het
verkeer op de rivier konden beheersen om daarvan hun tol te eisen. Eén burcht
ligt zelfs in de rivier: het Pfalzgrafenstein bij Kaub. (Zie voor burchten en
kastelen ook het gelijknamige hoofdstuk voor in de gids.) Aan de oostzijde wordt
de Rijn begrensd door het Westerwald en de Taunus, waarvan de zuidelijke
uitlopers tussen Rüdesheim en Wiesbaden het Rheingaugebergte heten, de bakermat
van befaamde wijnsoorten. Aan de westzijde maken de Eifel en de Hunsrück deel
uit van het leisteenplateau.
Een reisje op de Rijn met één van de cruiseschepen is nog altijd populair.
U zult tijdens zo'n reis tot de ontdekking komen dat het verkeer van de
vrachtscheepvaart bijzonder intensief is. Dag en nacht varen, dikwijls in
diverse rijen naast elkaar, de grote vrachtschepen en tankers met hun machtige
motoren. Het aantal gesleepte rijnaken neemt geleidelijk af ten gunste van de
duwboten. Een duwboot duwt vier of meer vierkante nauw verbonden ijzeren bakken,
gegroepeerd in rijen van twee naast elkaar, voor zich uit. Deze samenstelling
beslaat een grotere breedte dan de sleep, maar er is toch gemakkelijker mee te
manoeuvreren. Tussen dit verkeer bewegen zich de plezierboten, die eveneens een
behoorlijke omvang hebben. Daarmee is echter nog lang met alle scheepvaart aan
bod geweest. Op regelmatige afstand van elkaar, met name op die gedeelten waar
maar enkele bruggen de oevers verbinden, zijn punten waar u per veerboot de
rivier met de auto over kunt steken. Dan zijn er nog de voetgangersveerboten,
kleine motorboten die de oeverplaatsen verbinden en die kriskras de rivier
oversteken. Op beide oevers speelt zich eveneens een druk verkeer af, zowel over
de weg als op de rails. Her railvervoer van erts vindt voornamelijk plaats over
de rechteroever. U kunt daar regelmatig treinen met tientallen goederenwagons in
hoog tempo voorbij zien razen, want zij moeten concurreren met het
scheepvaartverkeer.
Van de Romeinse tijd tot heden is het altijd al druk geweest op de rivier en
haar oevers. De Romeinse keizers stichtten er al steden, die sindsdien zijn
uitgegroeid tot belangrijke centra van handel, politiek en religie waar veel
moois werd gebouwd. Tot en met de 19e eeuw bleef het er mooi en romantisch,
totdat de industrie er zich vestigde met alle rampzalige gevolgen van dien. Al
het water van de rivier wast zij n naam de 'vuilste rivier van de wereld' te
zijn niet weg.
Er zijn inderdaad nog mooie plekjes, maar het is veelbetekenend dat het antwoord
op de vraag 'Warum ist es am Rhein so schön'
nooit gegeven wordt en dat her lied
voornamelijk wordt aangeheven in de talrijke Weinstuben. Maar toch, wie zal niet
onder de bekoring komen van dit rivierlandschap, als, ver buiten het waanzinnig
drukke seizoen en de lawaaierige toeristencentra, bijvoorbeeld in de lente het
lichte groen en de tere bloesem de oevers tooien, of de herfst de wijngaarden en
loofbossen doet vlammen en de ondergaande zon de grijze leien daken een gouden
gloed geeft. Dat is de Rijn zoals de 19e-eeuwse romanticus hem graag zag en zo
presenteert de rivier zich nog dikwijls.


|